Liquidatiereserve: 2020 annus horribilis i.p.v. feestjaar - E-SEMINARIE

Omdat de permanente regeling voor de liquidatiereserve is ingevoerd met aj. 2015 en dus ten vroegste in werking kon treden voor boekjaren die op 31 december 2014 afsloten, liep de verplichte wachtperiode van vijf jaar af op 31 december 2019 (voor vennootschappen die intussen niet in vereffening zijn gegaan, waarvoor de vijf jaar van geen tel is). Dat betekent dat met ingang van 1 januari 2020 de belastingplichtigen voor de eerste maal werkelijk een uitkering kunnen verrichten aan een bijkomende 5 % roerende voorheffing, voor een totale belastingdruk van 13,64 %.  

Dit is meteen ook het grote voordeel van het aanleggen van een liquidatiereserve: bij uitkering is er een lagere RV van toepassing dan bij een gewone dividenduitkering, tot hier het goeie nieuws. Er zitten wel degelijk een aantal (fiscale) adders onder het gras, die alsmaar stijgen in aantal. Zo is er het probleem van de berekeningswijze en de onzekerheid over de houdperiode die moet worden nageleefd. De liquidatiereserve moet immers minstens vijf jaar geboekt blijven op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief. In de praktijk is die termijn niet zo eenvoudig te respecteren. Verder bepaalt het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen dat, wat de BV en de CV betreft, elke winstuitkering en andere uitkering met ingang van 1 januari 2020 onderworpen wordt aan een dubbele test (een nettoactieftest en een liquiditeitstest) waarover tot op vandaag nog maar bitter weinig bekend is. Verder koppelt het huidige crisisklimaat rond de coronapandemie meer en meer het geven van overheidssteun  aan het verbod om winstuitkeringen (dividenden, ...) te doen. Wat dan zijn invloed heeft op fiscale voordelen in de personenbelasting. Bovendien lijkt het er op dat er een consensus ontstaat om de RV algemeen te laten verlagen in ruil voor een algemene vermogenswinstbelasting. Ook de Hoge Raad voor Financiën is deze weg ingeslagen in haar recente advies inzake verlaging van de lastendruk op arbeid.

Tenslotte zal ook de recente ‘actie’ bij meer dan 13.000 KMO’s (eind juli 2020) van de Administratie met betrekking tot het aanleggen van de ‘bijzondere liquidatiereserve’ en de mogelijke recuperatie van de al betaalde 10%, alhoewel wettelijk eigenlijk al definitief verloren, behandeld worden.

In dit seminarie zal Carl Van Biervliet eerst de algemene principes van de liquidatiereserve nogmaals kort toelichten. Daarna gaat hij dieper in op een aantal praktische problemen waarmee rekening moet worden gehouden om van de regeling van de liquidatiereserve als fiscaalvriendelijke manier om geld uit een vennootschap te halen, gebruik te maken. Hierbij worden verschillende mogelijkheden, werkwijzen en antwoorden meegegeven.

Vennoot-Accountant-Belastingconsulent Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en KU Leuven
Prijs:
€195

Het seminarie duurt 3,5 uur

di 22/09/2020 | 13:30 - 17:00

Real time

Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen. 

vr 25/09/2020 | 00:00 - do 24/12/2020 | 02:59

On demand

Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip.