Een nieuwe fiscale KMO-definitie (?) en KMO-voordelen anno 2022

99% van de bedrijven in de Europese Unie zijn micro-, kleine of middelgrote ondernemingen. Een verrassend hoog aantal, waarbij Kmo’s weliswaar voornamelijk op nationaal niveau actief zijn, daar relatief weinig kmo’s grensoverschrijdende handelsdaden verrichten. Ongeacht hun activiteiten, zijn ze op verschillende vlakken toch onderworpen aan de EU-wetgeving. Een Europese KMO-definitie drong zich dan ook op en kreeg verschillende gestaltes via Aanbeveling 2003/361/EG, de Jaarrekeningenrichtlijn en de Prospectusrichtlijn. 

De criteria om de grootte van een vennootschap te bepalen, zijn al meermaals aan wijzigingen onderhevig geweest. Al te vaak denken bedrijven dat ze niet meer als een KMO worden beschouwd, terwijl dit wel nog het geval is en vice versa. Een pijnlijke (en fiscaal dure) beslissing waarvoor men zich best kan behoeden.

Vandaar de noodzaak om een goede basiskennis te bezitten van het befaamde art. 15 W.Venn/ (nieuwe) art. 1:24 WVV – vaak omschreven als één van de belangrijkste fiscale artikelen – en deze kennis ook regelmatig eens aan een update te onderwerpen.

Naar aanleiding van de omzetting van de Europese Jaarrekeningrichtlijn kwam er een eerste aanpassing aan artikel 15 W. Venn. via de Wet van 18 december 2015 tot omzetting van de Richtlijn 2013/34/EU. De toen ingevoerde regels waren van toepassing op de boekjaren die een aanvang namen na 31 december 2015. We kregen er hierbij wel een nieuwe (3e) soort bij: de microvennootschap. Merk op dat er in het vennootschapsrecht niet wordt gesproken over KMO-definitie, maar over een “kleine vennootschap”.

In april 2019 werd de Wet van 23 maart 2019 tot invoering van het WVV en houdende diverse bepalingen in het BS gepubliceerd. Deze wet hernam art. 15 en 16 W.Venn. in haar artikelen 1:24 tot 1:27 WVV. Omdat het W.Venn. geen coherente definitie van het begrip “personeelslid” omvatte, werd in het WVV bijkomstig een artikel voorzien dat uitlegt wat onder “personeel” moet worden verstaan (art. 1:27 WVV).

In dit seminarie wordt eerst en vooral gedefinieerd wat onder het WVV onder een "kleine vennootschap" wordt verstaan. De toepasselijke criteria worden nauwgezet geanalyseerd,met daar waar mogelijk aangeven van mogelijke voordelige optimalisaties voor de belastingplichtigen. Ook wordt nagegaan welke impact de inschrijving van een algemene fiscale definitie van ‘kleine vennootschap’ in het WIB92 teweegbrengt. Daarnaast komt ook het nieuw CBN-advies betreffende de beoordeling van de groottecriteria van artikelen 1:24 en 1:25 WVV aan bod. Dit nieuwe advies vormt niet enkel een update van het oude advies van 19 april 2017, maar voegt een aantal aanvullingen toe inzake de interpretatie van de groottecriteria. 

In het seminarie worden o.a. volgende vragen beantwoord: 

- Van welke fiscale voordelen kan een kmo-vennootschap genieten?

  • Verlaagd tarief van de vennootschapsbelasting; 
  • Gewone eenmalige investeringsaftrek; 
  • Het VVPRbis-regime op uitgekeerde dividenden; 
  • Liquidatiereserve; 
  • Vastklikken van reserves; 
  • Hogere notionele interestaftrek; 
  • Niet prorateren van de eerste afschrijvingsannuïteit; 
  • Vrijstelling van voorafbetalingen gedurende de eerste drie boekjaren; 
  • Aanleggen van een belastingvrije investeringsreserve; 
  •  …

- In welke situaties speelt de grootte van de vennootschap een rol? Bepaalde fiscale gunstmaatregelen zijn immers enkel van toepassing op kleine vennootschappen, dus het is van groot belang te weten wanneer een vennootschap onder de nieuwe regels van het WVV als "klein" wordt beschouwd. 

- Hoe ziet de nieuwe fiscale definitie van een ‘kleine vennootschap’ eruit? Moet er nog rekening gehouden worden met
artikel 1:24-1:25 WVV nu het WIB92 zelf voorziet in een fiscale definitie? 

- Wanneer wordt een kleine vennootschap een grote vennootschap? En omgekeerd?

- Kan artikel 1:24 WVV worden gebruikt om de aangifte te optimaliseren?

- Wanneer is er sprake van verbonden vennootschappen? 

  • Wat zijn de toepassingscriteria? 
  • Hoe gebeurt de berekening van de consolideerde basis? 
  • Mag de belastingplichtige zelf kiezen welke berekeningsmethode er wordt gehanteerd? 
  • Wat als uit de ene methode blijkt dat er sprake is van een grote vennootschap en uit de andere methode dat het om een kleine vennootschap gaat? 
  • Op welk moment moet de jaaromzet en het balanstotaal worden vastgesteld? 
  • Welke vennootschappen moeten opgenomen worden in de geconsolideerde basis? 

- Wat als ik medio het jaar niet langer kwalificeer als een kleine vennootschap? Wat met de fiscaal verworven voordelen? 

- Kan ik als micro-onderneming ook genieten van de kmo-voordelen? 

  • Wat is een micro-onderneming? 

- Wat ingeval het boekjaar meer of minder dan 12 maanden telt? 

- Wat bij overschrijding van één van de drie criteria van artikel 1:24 of 1:25 WVV? 

- Welke aanvullingen voorziet het nieuw CBN-advies 2022/03 t.o.v. het oude advies? 

- Welke stappen kan ik ondernemen om bij een familiale opvolging dan wel bij een verkoop van een groep, de holding alsnog fiscaal vriendelijk te gaan vereffenen

- Welke andere criteria bestaan er, behalve dit art. 1:24 WVV om een soortgelijke onderverdeling te maken tussen kleine dan wel grote vennootschappen?
 

Certified Tax Accountant en Partner Vandelanotte, Prof. FHS, Gastdocent EMS en Gastprofessor KU Leuven
Prijs:
€ 210

Het seminarie duurt 3,5 uur. 

U heeft de keuze tussen: 

  • het seminarie FYSIEK volgen op locatie in BRUSSEL, of
  • het seminarie volgen via LIVESTREAMING (real time), of
  • het seminarie UITGESTELD bekijken (on demand). 


Iedere deelnemer ontvangt na het beantwoorden van de aanwezigheidsvragen en de afsluitende toets, zowel bij een seminarie op locatie, een real time- als een on-demand-seminarie, een attest erkend door de volgende instituten:

  • het ITAA (categorie A);
  • het I.B.R.;
  • het BIV;
  • de Vlaamse Balies;
  • de Nationale Kamer van Notarissen. 
di 22/11/2022 | 14:00 - 17:30

Brussel - Odisee

Odisee Brussel

Stormstraat 2
1000 Brussel
België

Op map tonen

Bereikbaarheid: De campus is heel gemakkelijk te bereiken: te voet of met de fiets, met het openbaar vervoer, of met de auto.
Het station Brussel-Centraal ligt op wandelafstand van de campus. Om vanuit Brussel-Centraal tot aan de campus te geraken, volg je vanuit de grote hal van het station de Keizerinnenlaan. De vierde straat links is de Stormstraat.
De campus is vlot bereikbaar vanop de kleine ring rond Brussel.

Parking: de deelnemers aan de seminaries en de causerieën (met uitzondering van de Grondige Snelcursussen) ontvangen een gratis parkingticket dat enkel geldig is voor de volgende parkings:

 

PRINT

PRINT

di 22/11/2022 | 14:00 - 17:30

Real time

Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen. 

do 24/11/2022 - zo 24/11/2030 | Heel de dag

On demand

Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip. 

Voordelen