De bedrijfsleider(svergoeding) in het vizier: recente tendensen - E-SEMINARIE

In dit seminarie staat de bedrijfsleider van een vennootschap centraal. Zowel fiscale als vennootschapsrechtelijke aspecten komen aan bod. 

In de eerste plaats komt recente cassatierechtspraak aan bod die de figuur van de vaste vertegenwoordiger fiscaal aanmerkt als een bedrijfsleider van de eerste subcategorie (Cass. 23 januari 2020). Het belang van deze beslissing van het Hof van Cassatie wordt besproken. Tevens komt aan bod wie vaste vertegenwoordiger is binnen het nieuwe vennootschapsrecht.

Tot wanneer blijven bestuurders na het faillissement van hun vennootschap hun kwalificatie als “bedrijfsleider” behouden en kunnen zij bijvoorbeeld voordelen van alle aard vanwege hun vennootschap blijven ontvangen? Ook over deze problematiek heeft het Hof van Cassatie zich onlangs uitgesproken (Cass. 23 januari 2020).

Wanneer kan de fiscus het bestaan van een managementvennootschap negeren en de vergoedingen die een vennootschap aan deze managementvennootschap betaalt, beschouwen als bedrijfsleidersbezoldigingen die rechtstreeks vanwege de vennootschap aan de bedrijfsleider van de managementvennootschap worden betaald?

Er wordt nagegaan voor welke prestaties een bedrijfsleider vergoed kan worden. Kan de fiscus de omvang van dergelijke prestatievergoedingen in vraag stellen of bezondigt hij zich daarmee aan een verboden opportuniteitsbeoordeling? Maakt de fiscus een onderscheid naargelang de vergoeding in geld of in natura wordt uitbetaald? Wat bijvoorbeeld met gratis huisvesting, de toekenning van één of meerdere bedrijfswagens? De praktijk wijst uit dat de aftrekbaarheid van een voordeel in natura regelmatig het voorwerp van geschillen is. Cassatierechtspraak koppelt de aftrekbaarheid aan werkelijke prestaties vanwege de bedrijfsleider. Is er op dit vlak een evolutie binnen de rechtspraak merkbaar? 

In dit seminarie wordt ook aandacht besteed aan de vraag of een bedrijfsleider een fiscaal voordelige lening kan toestaan. En of hij bij de aankoop van aandelen van zijn onderneming een belastingvermindering kan bekomen. Wat als hij voor de aanschaf van deze aandelen een lening aangaat? Kan hij de interesten daarvan in aftrek brengen?

Ook recente rechtspraak i.v.m. de tenlasteneming door een bedrijfsleider van het verlies binnen zijn vennootschap wordt besproken, en meer in het bijzonder de vraag wat onder de notie “beroepsinkomsten” (waarvan het behoud vereist is) moet worden verstaan.

Ook de fiscale gevolgen van een overeenkomst waarbij een bedrijfsleider samen met zijn vennootschap een onroerend goed aankoopt, de eerste voor de blote eigendom, de tweede voor het vruchtgebruik, komen in dit seminarie aan bod. 

Managing Partner Moore Tax and Legal Services, docent Odisee
Prijs:
€195

Het seminarie duurt 3,5 uur

vr 20/11/2020 | 09:00 - 12:30

Real time

Een realtimeseminarie wordt op een vooraf bepaalde dag en op een vaststaand tijdstip gegeven. Je kan rechtstreeks en interactief deelnemen. 

ma 23/11/2020 | 00:00 - do 24/12/2020 | 01:59

On demand

Een on-demand-seminarie is een opname van een seminarie. De deelnemer kan deze opname bekijken op een door hem/haar zelfgekozen tijdstip.