logo
Home » Aanbod » Seminaries » Mobiliteitsbeleid van de onderneming en de fiscus - GENT
afdrukken PDF genereren
Prijs : € 175
Datum: 30 november 2017
van 13.30 tot 17.00 uur
Opmerkingen:

LOCATIE

- Holiday Inn Gent Expo,
Maaltekouter 3, 9051 Gent (Sint-Denijs-Westrem)

 

 

Dit seminarie vindt ook plaats op:

> Dinsdag 21 november 2017, in Brussel (17/156 B)

> Donderdag 23 november 2017, in Laakdal (17/156 L)

 

 

reageer Stel hier nu al uw vraag aan de spreker

X
 
 

Mobiliteitsbeleid van de onderneming en de fiscus - GENT (17/156 G)

Gelet op de steeds langer wordende files, de vaststelling dat het niet altijd nodig is om een verplaatsing met de wagen af te leggen en uiteraard ook de ecologische motieven, is bewust omgaan met mobiliteit vandaag de dag een must. Meer en meer ondernemingen werken dan ook aan een mobiliteitsplan op maat van hun werknemers/bedrijfsleiders. Vorig jaar heeft de Rulingcommissie zich voor het eerst uitgesproken over de fiscale behandeling van een dergelijk mobiliteitsplan.

Volgens de Commissie moeten de verkregen voordelen hun specifiek fiscaal en parafiscaal regime volgen in hoofde van zowel de werknemer als de werkgever, en dit op het moment van de effectieve terbeschikking of uitbetaling van het voordeel.

In dit seminarie gaat de aandacht uit naar het fiscaal regime van de verschillende mobiliteitsregelingen die een werkgever aan zijn werknemers kan aanbieden en die kaderen in een systeem van flexibele verloning. Speciale aandacht zal daarbij uitgaan naar de verplaatsingsvergoedingen of mobiliteitsvergoedingen die ondernemingen toekennen aan hun werknemers of bedrijfsleiders voor verplaatsingen in het binnenland dan wel buitenland. Onder welke voorwaarden zijn deze vergoedingen te beschouwen als een belastbare bezoldiging? Met welke wettelijke voorwaarden en modaliteiten moet een onderneming rekening houden wil zij de eigen kosten, die geacht worden overeen te stemmen met de werkelijke verplaatsingskosten, als beroepskosten aftrekken?

Een ander vraagstuk betreft de fiscale behandeling van de verschillende verplaatsingsmodaliteiten, in hoofde van zowel de werknemer als de werkgever. Stel dat een werknemer te voet naar zijn werk gaat. Op welke regeling kan hij dan aanspraak maken? Wat als hij die verplaatsing maakt met de fiets of moto? Welke tussenkomsten vanwege de werkgever zijn vrijgesteld in het kader van het woon-werkverkeer en welke kosten kunnen worden ingebracht door de werknemer? Speciale aandacht zal in dit verband uitgaan naar de bestaande fiscale voordelen voor het gebruik van zowat alle soorten fietsen in het woon-werkverkeer (speed pedelecs, racefietsen, mountainbikes, . . . )

Wat als de werknemer de woon-werkverplaatsing maakt met zijn eigen wagen of de werkgever een bedrijfswagen ter beschikking stelt. Hoe wordt hij dan belast? En kan de werkgever de kost verbonden aan de terbeschikkingstelling van die bedrijfswagen integraal aftrekken? Stel dat de werknemer het openbaar vervoer neemt, of gebruik maakt van vervoer dat door de werkgever wordt georganiseerd. Welke fiscale voordelen zijn daaraan verbonden? Wat als de werkgever fietsstallingen en/of oplaadpalen voorziet voor het personeel. Welke fiscale kwalificatie wordt hieraan gegeven?

Onlosmakelijk verbonden met het begrip woon-werkverkeer, is de vraag wanneer er sprake is van een werkplaats, en meer in het bijzonder van een vaste plaats van tewerkstelling. Speelt de 40-dagenregel nog nu de rechtbank van Gent dit begrip in een recent vonnis (Rb. Gent 8.06.2016) naast zich heeft neergelegd en oordeelde dat er moet vertrokken worden van het geheel van feitelijke en juridische omstandigheden die eigen zijn aan elk geval afzonderlijk?

Spreker

Filip Vandenberghe
Adviseur FOD Financiën, Gastdocent FHS